en hoeveel steken er opgezet moeten worden. Een voorbeeld; stel dat de zijlengte vanaf de boord tot het armsgat 36 centimeter is; Dan toets je op je rekenmachine in 36 : 16 x 60 = 135 toeren . Even uitleggen; de 36 staat dus voor de zijlengte; De 16 staat voor de centimeters die je had uitgerekend van de proeflap, 60 toeren waren 16 centimeter. De 60 zijn de toeren van je proeflap, dat blijft dus altijd 60 wat voor patroon je ook breit. Nog een voorbeeld; de diepte van je hals is b.v. 9 centimeter dan toets je op de rekenmachine in; 9 : 16 x 60 = 33.75 daar maak je dan 34 toeren van. Dus je hals wordt 34 toeren uitgediept. Gesnapt? Oké dan gaan we naar de steken. De breedte van je trui is b.v. 60 centimeter. Dan toets je in 60 : 14.5 x 40 = 165 steken die je op moet zetten . Even uitleggen; de 60 dat is je breedte of wijdte van je trui. De 14.5 dat zijn de steken die je had gemeten tussen de gemerkte draadjes van je proeflap. De 40 dat zijn de steken die je altijd hebt tussen de gemerkte draadjes, wat voor patroon je ook breit je moest immers bij de proeflap de 21ste naald merken aan beide kanten dat zijn dus altijd 40 steken.
Op de volgende pagina leer je een hals breien. Ik
wens je veel succes.
|